Dit jaar bestond mijn vakantie uit een weekendje Luxemburg met mijn twee zonen. Terwijl de jongste rijdt en de oudste als bijrijder fungeert, geniet ik vanaf de achterbank direct als we wegrijden. De vakantiemodus is meteen aan. Bijrijder: “We moeten hier naar rechts.” Chauffeur: “We moeten helemaal niks, we hebben vakantie!”
Na onderweg twee uur geluisterd te hebben naar alle nummers van Rowwen Hèze —ik citeer de chauffeur: “Het gaat niet alleen om de bestemming, maar ook om de weg er naartoe, en daar hoort goede muziek bij!”—stappen we over op Henk Wijngaard, BZB en de Paladijns. Omdat ik niet bekend ben met de Paladijns, vraag ik Google om meer informatie. Het blijkt een band te zijn die nog ver voor mijn geboorte werd opgericht. Ondertussen zingen de chauffeur en bijrijder volop mee met het nummer ‘Jouw Liefste Wens’. -En wij voor altijd samen zijn, dan zal het geluk voor ons niet meer vergaan- klinkt het door de speakers. De Paladijns; echt schiet mij maar lek, maar voor altijd samen zijn met hen is ook mijn liefste wens, dus ik neurie vrolijk mee vanaf de achterbank.
Aangekomen in Luxemburg zien we de ene na de andere dure auto door de stad rijden. De chauffeur zegt: “Dat komt omdat we in LUXEmburg zijn.” Ook hun liefste wens-auto, waarvoor nog flink gespaard moet worden, rijdt voorbij. Minder luxe is zichtbaar bij de zwervers die om geld vragen. Met een kartonnen bord waarop staat: ‘for weed and beer’, is één van hen heel openhartig over zijn liefste wens.
We maken dat weekend een fietstocht, struinen langs leuke winkels, doen aan sightseeing, wandelen en bezoeken een museum. We spelen meer dan veertig potjes Uno die ik veelal verloor, maar vooral geniet ik van het samenzijn met mijn kinderen. Dat is alles aan ‘luxe’ dat ik nodig heb; dat is mijn liefste wens. Dan zal het geluk voor ons niet meer vergaan.
Column in DeBoK